Gebruik videoverbinding met rechtbanken schendt rechten journalisten in Turkije

Het recht op een eerlijk proces van journalisten in Turkije wordt volgens het International Press Institute (IPI) geschonden als gevolg van nieuwe regelgeving die hen het recht ontzegt om hun eigen rechtszaak bij te wonen. In plaats hiervan worden zij gedwongen hun verklaring af te leggen via een videoconferencing-systeem dat bekendstaat onder het acroniem SEGBİS.

 

Door Veysel Ok - Dit artikel is met toestemming van het International Press Institute overgenomen als onderdeel van haar serie Turkey Dispatches

SEGBIS

De ruimte waarin de verbinding met SEGBIS wordt gemaakt. De foto is afkomstig van de website van de Sincan-gevangenis in Ankara

Türkçesi için tıklayınız

De basis voor het SEGBİS-systeem is gelegd in artikel 196 van de Turkse wetgeving voor Strafrechtelijke Procedures. Dit wetsartikel is van kracht sinds 20 september 2011 als onderdeel van de 'Richtlijn voor de Toepassing van Audiovisuele Informatiesystemen tijdens Strafrechtelijke Procedures". Artikel 3 van deze richtlijn omschrijft SEGBİS als een 'simultaan en elektronisch audiovisueel informatiesysteem dat informatie verspreidt, registreert en opslaat'. Artikel 196 van de Wetgeving voor Strafrechtelijke Procedures en Gerelateerde Regelgeving schrijft voor dat SEGBİS gebruikt alleen onder verzachtende omstandigheden gebruikt kan worden om een verbinding te leggen tussen gevangenen en de rechtszaal.

 

Massale inzet SEGBIS onder noodtoestand
Op 25 augustus 2017 publiceerden de Turkse autoriteiten echter Decreet 694 - als onderdeel van wetgeving onder de noodtoestand - waarvan de verwijzing naar de vereiste van 'verzachtende omstandigheden' niet langer van toepassing is. Hierdoor is de inzet van SEGBİS nu voorbehouden aan het oordeel van de rechter en het gerechtshof. Nadat Decreet 694 in werking trad, is SEGBİS massaal ingezet als middel om verklaringen van verdachten af te nemen. Het aantal rechtszaken waarin dit het geval was, steeg van 12.759 in 2013 naar 244.768 rechtszaken in 2017. Door deze aanpassingen hebben er in veel gevallen toe geleid dat tientallen verdachten niet vanuit de gevangenis zijn overgebracht naar het gerechtshof waar hun zitting diende. Met als gevolg dat verdachten, onder wie veel journalisten, hun verklaring moesten afleggen zonder in persoon voor de rechtbank te verschijnen. Hierdoor konden zij bijvoorbeeld niet reageren op getuigen die verklaringen tegen hen hebben afgelegd, konden zij niet terugvallen op een advocaat en kregen zij geen inzage in hun gerechtelijk dossier.

 

Technische storingen staan eerlijk proces in de weg
Door de inzet van SEGBİS dringt zich de vraag op of Turkse rechtszalen over voldoende voorzieningen beschikken om deze technologie te ondersteunen. In vele steden, vooral in de Koerdische gebieden, wordt het systeem onvoldoende ondersteund omdat veel gerechtsgebouwen sterk verouderd zijn. Er is doorgaans ook geen sprake van gekwalificeerd personeel dat in staat is het systeem te bedienen. Hierdoor doen zich regelmatig technische storingen voor, waardoor verdachten niet in staat zijn hun verklaring af te leggen. Ook doen zich situaties voor dat rechters in afwezigheid van verdachten besluiten hun detentie te verlengen.

 

idrissayilgan

Een voorbeeld is de rechtszaak tegen İdris Sayılğan, verslaggever van het persagentschap Dicle (DİHA), die in afwachting van zijn rechtszaak al bijna twee jaar vastzit. Sayılğan wordt vervolgd vanwege zijn journalistieke artikelen. Tegen de journalist is een gevangenisstraf geëist die kan oplopen tot vijftien jaar wegens 'lidmaatschap van een terroristische organisatie'. Terwijl de zaak van Sayılğan wordt behandeld door een rechtbank in Muş, in Zuidoost-Turkije, is hij gedetineerd in de gevangenis van Trabzon, zo'n 450 kilometer verderop. Tijdens de zevende zitting, op 23 mei 2018, besloot het hof dat Sayılğan zijn verklaring via SEGBİS moest afleggen. Als gevolg van een 'technisch defect' in het systeem kreeg hij echter niet de kans om dit te doen. Ondanks protesten van zijn advocaten werd de rechtszitting voortgezet en besloten de rechters de detentie van Sayılğan te verlengen. Zijn zaak werd voor vijf maanden verdaagd. Later bleek dat medewerkers in de gevangenis Sayılğan niet hadden verteld dat hij was opgeroepen om zijn verklaring via SEGBIS af te leggen. Zij gebruikten het argument van een 'technische storing' als excuus om geen verbinding te hoeven maken met het gerechtshof.

 

Verouderde apparatuur
Zulke voorbeelden tonen aan dat het recht op een eerlijk proces wordt geschonden in Turkije. Deze incidenten doen zich vooral voor in delen van Turkije waar de bevolking vooral uit Koerden bestaat. Veel verdachten worden vastgehouden in gevangenissen die zich op grote afstand bevinden van de steden waar gerechtshof is dat hun zaak behandelt. Dit beperkt hun mogelijkheden om bij de rechtszitting aanwezig te zijn en leidt er automatisch toe dat SEGBIS steeds vaker wordt ingezet. Als gevolg van een slechte kwaliteit van of een gebrek aan technische apparatuur in gerechtsgebouwen doen technologische storingen zich zeer regelmatig voor. Vaak is het niet ens mogelijk in de gevangenis een verbinding tot stand te brengen met de rechtszaal. Wat betekent dat verdachten zelfs virtueel niet bij hun eigen proces aanwezig kunnen zijn.

Dit betekent dat het recht op een eerlijk proces - zoals vastgelegd in artikel 36 van de Turkse grondwet en in Artikel 6 van de Europese Conventie voor de Mensenrechten - op grote schaal wordt geschonden. Het wijdverbreide gebruik van SEGBIS, en in het bijzonder de technologische problemen die zich hierbij voordoen, is in strijd met de beginselen van de Turkse strafwet waarin het recht van een verdachte om zichzelf te verdedigen is vastgelegd (artikel 217(1) van het Turkse Wetboek van Strafrecht).

 

Veysel Ok studeerde in 2006 af aan de rechtenfaculteit van de Universiteit van Istanbul. Hij gaf tot 2010 leiding aan zijn eigen juridische praktijk en verleende juridische bijstand aan schrijvers, met name Koerdische journalisten en politieke gevangenen. Ok trad op als advocaat in meer dan 400 rechtszaken waarbij de persvrijheid in het geding was. Zo vertegenwoordigde hij journalisten als Ahmet Altan en Şahin Alpay. Nog steeds is hij advocaat van veel journalisten, onder wie Deniz Yücel en Nedim Türfent.

 

Dit artikel is met toestemming van het International Press Institute gepubliceerd.