Rportaj

 

Laatste nieuws

Een Turkse journalist wordt strafrechtelijk vervolgd vanwege zijn bewering ...

 

Biografieën

Hıkmet werd in 1902 geboren in Thessaloniki in Griekenland. Aan het einde ...

 

Over Röportaj

In Turkije is op het gebied van de media op het eerste gezicht letterlijk v...

Medialandschap in Turkije

Inhoudsopgave
Medialandschap in Turkije
Journalistieke onafhankelijkheid
Artikel 301
Alle pagina's

Sinds 1993 stimuleren opeenvolgende Turkse regeringen de vrijemarkteconomie. Resultaat: enkele grote holdings beheersen het medialandschap. Sindsdien is het mes gezet in de sociale rechten van journalisten. Op papier worden vakbonden toegestaan, maar in de praktijk betekent lidmaatschap ontslag. Op dit moment hebben slechts enkele bedrijven een cao voor journalisten.

In Turkije zijn 28 landelijke dagbladen. Samen hebben ze een oplage van 3,25 miljoen. Zestien van deze kranten horen bij een paar grote concerns. Maar liefst 85 procent van alle kranten is in handen van deze giganten. Op een bevolking van ongeveer 70 miljoen is een krantenoplage van 3,25 miljoen erg weinig. Daarentegen wordt er veel tv gekeken. Naar schatting beheren de grote mediaconcerns 75 tot 80 procent van de media in het land. Waaronder ook radiostations, tijdschriften, internetproviders en televisie.

karikb-2-300x213
Premier Erdoğan zegt: "Al deze kranten lees ik niet. Jullie horen ze ook niet te lezen!" Uit de wolken gebiedt iemand echter: "Lees!"

Eén van deze concerns is in handen van Aydin Doğan. Media-ethicus Ragıp Duran observeert dit concern al jaren. “De huidige mediabazen zijn erger dan Berlusconi”, zegt Duran. “Het Doğan- mediaconcern bezit rond 40 procent van alle media in het land. En zo’n concern handelt in álles: van het bankwezen, verzekeringen, oliedistributie, telecommunicatie en auto-onderdelen tot toerisme, en zelfs in nepmerkkleding. De media zijn voor het Doğan-concern het belangrijkste wapen om hun macht te vergroten. In deze omstandigheden kun je niet praten over onafhankelijke journalistiek; laat staan over onderzoeksjournalistiek. Trouwens, dit geldt ook voor de drie andere mediaconcerns”, aldus Duran.

Ook dagblad Hürriyet is net als Milliyet, Radikal, Fanatik, Posta en Turkish Daily News onderdeel van het Doğan-concern. De tv-zenders Kanal D en CNN-Türk horen eveneens bij de Doğan-groep. Behalve haar naam en incidenteel nieuws uit de VS, zoals rondom de presidentsverkiezingen, heeft de nieuwszender CNN-Türk geen internationale samenwerking met CNN International. Ook het Doğan-nieuwsagentschap DHA en vele week- en maandbladen, radiostations en internetsites zijn onderdeel van het concern.

 


Journalistieke onafhankelijkheid

Volgens Orhan Erinç, voorzitter van Türkiye Gazeteciler Cemiyeti (Turkse journalistenunie), bestaat er geen journalistieke onafhankelijkheid in Turkije. “Geen enkel medium heeft bijvoorbeeld een redactiestatuut. Hoofdredacteuren zijn meer persvoorlichters van de eigenaren dan bewakers van de kwaliteit van de journalistiek. Zo kun je geen journalistiek bedrijven.”

Mediacritici, zoals schrijver-columnist Doğan Tilic en columnist Oral Çalişlar, zijn het erover eens dat er grote veranderingen noodzakelijk zijn, wil Turkije over een gezonde en echt vrije pers beschikken. “Allereerst moeten de banden tussen de tycoons en de media worden doorgesneden. Dit kan alleen als de regering geen banden heeft met een van de grote conglomeraten.”

Veel journalisten zijn niet geregistreerd bij een vakbond. Er worden door de overheid perskaarten uitgegeven. Voorwaarde voor het verkrijgen van een perskaart is dat een journalist in vaste dienst is bij een door de overheid goedgekeurd mediaorgaan. In het kader van de Europese toetreding is de mediawet versoepeld, waardoor journalisten van andere (met name kritische) media nu ook een perskaart kunnen aanvragen. Nog niet duidelijk is hoe deze wet in de praktijk toegepast gaat worden.

Kernmerkend voor de Turkse media is dat ze in principe volgzaam zijn naar de zittende regering (maakt niet uit welke), omdat die hen kan maken of breken. Wie te veel kritiek heeft, verliest overheidssubsidies, steun of riskeert een strafrechtelijk onderzoek. Dat overkwam bijvoorbeeld het Uzan-mediaconcern. Tot voor kort was Cem Uzan eigenaar van dit grote mediabedrijf, vergelijkbaar met Berlusconi in Italië. Nu is zijn bedrijf met de grond gelijk gemaakt. Ook het Doğan-concern is in deze situatie verzeild geraakt. Oorzaak: kritisch berichtgeving over de handel en wandel van islamitische premier Erdoğan.

Het aantal islamitische media groeit sinds 2002 – toen de AKP in de regering trad – sterk. Het andere grote mediaconcern, Sabah ATV, is in 2008 met staatssteun overgenomen door een islamitisch bedrijf. De zwager van Erdoğan is er directeur. De staatszender TRT, wereldwijd bekend, is feitelijk spreekbuis van de regering, omdat die uitsluitend op subsidie draait. De directeur is rechtstreeks benoemd door de AKP.

Erdoğan kan niet accepteren dat er bijvoorbeeld cartoons over hem gemaakt worden. Verschillende kranten hebben een rechtszaak aan hun broek gekregen, omdat ze het waagden spotprenten over de premier te plaatsen. Maar ook journalisten en columnisten zijn voor de rechter gedaagd vanwege vermeende smaad.

In de afgelopen jaren zijn tv-zenders regelmatig op zwart gezet. Dat overkwam ook de nieuwe zender Hayat TV, die in augustus 2008 enkele weken uit de lucht werd gehaald, maar dankzij internationaal protest kon doorstarten. Internetsites worden regelmatig geblokkeerd. Tussen november 2007 en november 2008 werden in totaal 1112 websites verboden, waaronder ook Youtube, waar een omstreden filmpje te zien was over Atatürk.

 


Artikel 301

In april 2008 heeft de Turkse regering voorstellen gedaan om wijzigingen aan te brengen in het omstreden artikel 301 van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel werd in 2004 ingevoerd. Daarin staat dat niemand de Turkse identiteit mag beledigen. Gevolg is dat iedereen die zich kritisch uitlaat over de Turkse regering, de rechtelijke macht, de politie of het leger, kan worden bestraft.

In 2008 is de straf op die belediging verminderd van 3 naar 2 jaar en is de terminologie aangepast. Zo is de term ‘Turkse identiteit’ vervangen door ‘Turkse natie/bevolking’ en is het begrip ‘Republiek’ gespecificeerd door deze te veranderen in ‘De Republiek Turkije’. Verder worden beschuldigingen door het ministerie van Justitie onderzocht, maar goedkeuring van de president is, in tegenstelling tot het eerdere voorstel, geen vereiste. Op dit moment lopen ongeveer 190 aanklachten tegen onder meer journalisten en schrijvers wegens dit artikel.