Röportaj

 

Laatste nieuws

Een Turkse journalist wordt strafrechtelijk vervolgd vanwege zijn bewering ...

 

Biografieën

Hıkmet werd in 1902 geboren in Thessaloniki in Griekenland. Aan het einde ...

 

Over Röportaj

In Turkije is op het gebied van de media op het eerste gezicht letterlijk v...

2015: Persvrijheid in Turkije nog steeds in neerwaartse spiraal

Ook al prijkt Turkije niet meer bovenaan de ranglijst van landen met het grootste aantal gevangen journalisten, toch blijft de persvrijheid zich in neerwaartse spiraal bewegen. Cartoonisten worden voor de rechter gedaagd, mediaconcerns beboet, websites en sociale netwerken als YouTube en Twitter regelmatig uit de lucht gehaald. De Turkse regering gebruikt beschuldigingen van ‘vijandigheid tegen de staat’ en ‘terrorisme’ als legitimering om journalisten te intimideren, arresteren en vervolgen.

 

Enkele jaren lang had Turkije de dubieuze eer nummer 1 te zijn op de ranglijst van landen met de meeste gevangen journalisten. Die eerste plaats is inmiddels afgestaan aan China, aldus het Comité ter Bescherming van Journalisten. Vorig jaar zaten er volgens hun telling nog 7 in Turkije vast. De personvrijheid is echter gestaag toegenomen. Journalisten en zelfs hele media worden al snel voor de rechter gedaagd.

Turkije heeft een goede Mediawet; bronbescherming is bijvoorbeeld goed geregeld. Maar de regering gebruikt andere wetten om de persvrijheid aan banden te leggen, zoals de Antiterreurwet en de wet op het beledigen van de natie en de staat. Een Turkse parlementaire commissie keurde begin februari een omstreden wetsontwerp goed, waardoor de premier de bevoegdheid heeft zonder tussenkomst van de rechter websites te sluiten. De minister-president en ministeries kunnen het Directoraat voor Telecommunicatie (TÄ°B) verzoeken zulke websites binnen vier uur te sluiten op basis van de nationale veiligheid, bescherming van de publieke orde of om criminaliteit te voorkomen.

Eind maart leidde de gijzeling van een openbare aanklager in een rechtbank in Istanbul tot een uitzend- en publicatieverbod voor Turkse media. Met deze tijdelijke maatregel komt het aantal vergelijkbare verboden dat in de laatste vier jaar in Turkije is uitgevaardigd op 150. Vicepremier Yalçın Akdoğan maakte gebruik van de bevoegdheid van de minister-president om een tijdelijke mediastop af te kondigen in situaties waarbij de nationale veiligheid in het geding is.

De lijst van rechtszaken tegen journalisten is lang, maar hieronder een willekeurige samenvatting over de eerste maanden van 2015.

Turkse journalisten

Op 16 januari hoorde voormalig presentatrice en journaliste Sedef Kabaş tot vijf jaar cel tegen zich eisen vanwege een Twitter-bericht over een corruptieschandaal. In het bericht dat Kabaş eind december op Twitter plaatste, riep zij haar volgers op de naam van de hoofdofficier van justitie in İstanbul Hadi Salihoğlu niet te vergeten. Die hoofdofficier had namelijk het onderzoek naar het corruptieschandaal laten vallen. Kabaş wordt beschuldigd van ‘het dwarsbomen van functionarissen die betrokken zijn bij de strijd tegen terrorisme’. Salihoğlu is de eiser in de zaak. ‘Zoals blijkt uit de inhoud van de tweet, is het duidelijk, zonder enige twijfel, dat Kabaş Salihoğlu heeft bedreigd’, stond in de aanklacht. Ook is Kabaş beschuldigd van ‘smaad’. Haar zaak loopt nog.

Journaliste Mine Bekiroğlu uit Adana moest eind maart 5 maanden de gevangenis in voor belediging van president Erdoğan. Ze zou zich laatdunkend over het staatshoofd hebben uitgelaten op Facebook. Dagblad Hürriyet meldde dat in dezelfde week bij 2 andere journalisten in Adana huiszoeking is gedaan op basis van vergelijkbare beschuldigingen. Op belediging van het staatshoofd staat in Turkije maximaal 4 jaar gevangenisstraf. Belediging van de regering kan worden bestraft met maximaal 2 jaar cel.

Inanç Yıldız, verslaggever van de Turkse krant Evrensel uit Gaziantep, moest zich in april verantwoorden in 2 rechtszaken. De ene gaat over de berichtgeving rond het Gezi-park in 2014, de andere is aangespannen vanwege een artikel over een industriegebied. Beide zaken zijn inmiddels uitgesteld. De eerste dient nu op 16 september en de ander op 22 mei.

Charlie Hebdo

De aanslag op redacteuren en tekenaars van Charlie Hebdo op 7 januari in Parijs leidde in Turkije tot een publicatieverbod van cartoons uit dit blad. Begin april hoorden de schrijvers Ceyda Karan en Hikmet Çetinkaya van dagblad Cumhuriyet nog 4,5 jaar gevangenisstraf tegen zich eisen, omdat ze de cover van Charlie Hebdo, waarin Mohammed zegt: ‘Tout est pardonné’ in hun column hadden gepubliceerd.

Ook publicaties van cartoontijdschriften als Penguen werden aan banden gelegd. Bahadır Baruter en Özer Aydoğan kregen 11 maanden gevangenisstraf opgelegd vanwege kritische cartoons over president Erdoğan. Die straf is inmiddels omgezet in een geldboete. De tekenaars zijn in hoger beroep gegaan. Elke kritische tekening of artikel over president Erdoğan wordt als belediging beschouwd en dit is steeds vaker aanleiding voor een rechtszaak.

Nederlandse journalisten

Dit jaar begon met de arrestatie van de Nederlandse journalist Fréderike Geerdink. Zij werd op 6 januari in Diyarbakır opgepakt door een antiterrorisme-eenheid van de Turkse politie en na enkele uren verhoor weer vrijgelaten. Ze werd beschuldigd van ‘propaganda voor een terroristische organisatie’ en moest op 8 april voor de rechter verschijnen. Ze werd vrijgesproken, maar het Openbaar Ministerie is in hoger beroep gegaan. Deze zaak loopt nog.

Op 7 januari werd de Nederlandse journalist Mehmet Ülger op een luchthaven van Istanbul aangehouden en voor de rechter gebracht in verband met een oude zaak. Hij had tijdens een rechtszaak tegen de Nederlands-Turkse journaliste Füsun Erdoğan in 2013 foto’s gemaakt zonder toestemming. Een oproep voor een rechtszaak had hij echter nooit ontvangen. Dankzij druk van minister Koenders, die op dat moment op staatsbezoek was in Turkije, werd Ülger na enkele uren vrijgelaten. Hij moest op 21 januari alsnog voor de rechter verschijnen. De zaak was dusdanig slecht voorbereid dat hij werd vrijgesproken.